vreden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vreden

The word "vreden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vreden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vredend
Past participle - Verleden deelwoord: gevreed

Cognates

See the 5 cognates of vreden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvreed
jijvreedt
hijvreedt
wijvreden
jullievreden
zijvreden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevreed
jijhebt gevreed
hijheeft gevreed
wijhebben gevreed
julliehebben gevreed
zijhebben gevreed

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvreedde
jijvreedde
hijvreedde
wijvreedden
jullievreedden
zijvreedden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevreed
jijhad gevreed
hijhad gevreed
wijhadden gevreed
julliehadden gevreed
zijhadden gevreed

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vreden
jijzult vreden
hijzal vreden
wijzullen vreden
julliezullen vreden
zijzullen vreden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevreed hebben
jijzult gevreed hebben
hijzal gevreed hebben
wijzullen gevreed hebben
julliezullen gevreed hebben
zijzullen gevreed hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vreden
jijzou vreden
hijzou vreden
wijzouden vreden
julliezouden vreden
zijzouden vreden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevreed hebben
jijzou gevreed hebben
hijzou gevreed hebben
wijzouden gevreed hebben
julliezouden gevreed hebben
zijzouden gevreed hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvreed

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch vreden, from Old Dutch *frithon, from Proto-Germanic *friþōną. See: Old Dutch '*frithon', Proto-Germanic '*friþōną'.

Verbs referencing "vreden"

Danish frede.

Additional Information