Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verhongeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verhongerend
Past participle - Verleden deelwoord: verhongerd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verhonger |
| jij | verhongert |
| hij | verhongert |
| wij | verhongeren |
| jullie | verhongeren |
| zij | verhongeren |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | ben verhongerd |
| jij | bent verhongerd |
| hij | is verhongerd |
| wij | zijn verhongerd |
| jullie | zijn verhongerd |
| zij | zijn verhongerd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verhongerde |
| jij | verhongerde |
| hij | verhongerde |
| wij | verhongerden |
| jullie | verhongerden |
| zij | verhongerden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | was verhongerd |
| jij | was verhongerd |
| hij | was verhongerd |
| wij | waren verhongerd |
| jullie | waren verhongerd |
| zij | waren verhongerd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verhongeren |
| jij | zult verhongeren |
| hij | zal verhongeren |
| wij | zullen verhongeren |
| jullie | zullen verhongeren |
| zij | zullen verhongeren |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verhongerd zijn |
| jij | zult verhongerd zijn |
| hij | zal verhongerd zijn |
| wij | zullen verhongerd zijn |
| jullie | zullen verhongerd zijn |
| zij | zullen verhongerd zijn |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verhongeren |
| jij | zou verhongeren |
| hij | zou verhongeren |
| wij | zouden verhongeren |
| jullie | zouden verhongeren |
| zij | zouden verhongeren |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verhongerd zijn |
| jij | zou verhongerd zijn |
| hij | zou verhongerd zijn |
| wij | zouden verhongerd zijn |
| jullie | zouden verhongerd zijn |
| zij | zouden verhongerd zijn |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'verhongeren'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'verhongeren'
verdonkeren,
verhinderen,
verhoeren,
verwonderen,
derangeren,
derogeren,
hongeren,
overdonderen,
uithongeren,
veranderen,
Translations
starve, to die because of lack of food
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] die mij wonderbaarlijk van den dood bevrijdde, kan mij ook uit dezen toestand redden. Ik ben van het menschdom afgesneden als een kluizenaar, als een balling uit de maatschappij. Maar ik ben niet verhongerd, en verga niet op eene onvruchtbare plaats, die geen voedsel oplevert. Ik heb geene kleederen, om mij te bedekken. Maar ik ben in een warm klimaat, waar ik naauwelijks kleederen zou kunnen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] kleederen, wapenen noch toevlugtsoord, en aan alle uitkomst wanhopende, niets dan den dood voor oogen, hetzij, dat ik door wilde dieren verslonden, door wilden vermoord, of uit gebrek aan voedsel verhongeren moest. Bij het aanbreken van den nacht, ging ik, uit vrees voor wilde dieren, in een boom slapen, maar sliep gerust, schoon het den geheelen nacht regende.
(Robinson Crusoe)
-
Dat was mij eene groote teleurstelling; ik voorzag, dat zij in weinige dagen mij van alles zouden berooven, dat ik eindelijk verhongeren en geen enkelen graankorrel ooit oogsten zou. Wat ik doen zou, wist ik niet. Ik besloot echter zoo mogelijk mijn koorn te bewaren, al zou ik er nacht en dag de wacht bij houden. In de eerste plaats [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From ver- + hongeren.
Additional Information