Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verdubbelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verdubbelend
Past participle - Verleden deelwoord: verdubbeld
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verdubbel |
| jij | verdubbelt |
| hij | verdubbelt |
| wij | verdubbelen |
| jullie | verdubbelen |
| zij | verdubbelen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb verdubbeld |
| jij | hebt verdubbeld |
| hij | heeft verdubbeld |
| wij | hebben verdubbeld |
| jullie | hebben verdubbeld |
| zij | hebben verdubbeld |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verdubbelde |
| jij | verdubbelde |
| hij | verdubbelde |
| wij | verdubbelden |
| jullie | verdubbelden |
| zij | verdubbelden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had verdubbeld |
| jij | had verdubbeld |
| hij | had verdubbeld |
| wij | hadden verdubbeld |
| jullie | hadden verdubbeld |
| zij | hadden verdubbeld |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verdubbelen |
| jij | zult verdubbelen |
| hij | zal verdubbelen |
| wij | zullen verdubbelen |
| jullie | zullen verdubbelen |
| zij | zullen verdubbelen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verdubbeld hebben |
| jij | zult verdubbeld hebben |
| hij | zal verdubbeld hebben |
| wij | zullen verdubbeld hebben |
| jullie | zullen verdubbeld hebben |
| zij | zullen verdubbeld hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verdubbelen |
| jij | zou verdubbelen |
| hij | zou verdubbelen |
| wij | zouden verdubbelen |
| jullie | zouden verdubbelen |
| zij | zouden verdubbelen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verdubbeld hebben |
| jij | zou verdubbeld hebben |
| hij | zou verdubbeld hebben |
| wij | zouden verdubbeld hebben |
| jullie | zouden verdubbeld hebben |
| zij | zouden verdubbeld hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'verdubbelen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'verdubbelen'
verdobbelen,
verbabbelen,
dubbelen,
ontdubbelen,
strubbelen,
verdelen,
verdoezelen,
verlummelen,
versukkelen,
afrabbelen,
Translations
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] zeggen; en dat, zoo zij mijn vader wilde overhalen mij eene enkele reis buiten ' s lands te laten doen, ik bij mijne terugkomst, zoo deze levenswijs mij niet beviel, haar zou vaarwel zeggen, en door verdubbelde vlijt den verloren tijd inhalen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] de middelbare stand overvloeide. Doch andere gebeurtenissen wachtten mij, en ik moest op nieuw de bewerker van mijn eigen ongeluk zijn. Wat mijn misslag vermeerderde, en in het vervolg mijn berouw verdubbelde: al mijne ongevallen waren het gevolg van mijn halsstarrig aanhoudend verlangen, om de wereld rond te zwerven, en van het opvolgen dezer begeerte, in weerwil van de duidelijkste vooruitzigten van [...]
(Robinson Crusoe)
-
2 Julij. Ik gebruikte het geneesmiddel weder op alle drie de wijzen, en bedwelmde mij gelijk de eerste reis, en verdubbelde de hoeveelheid drank.
(Robinson Crusoe)
-
[...] land toebereiden, want ik had nu zaad genoeg voor meer dan een morgen lands. Vooraf had ik ten minste eene week werk om mij eene spade te maken, die nog slecht en zwaar genoeg was, en mij den arbeid verdubbelde. Ik deed het echter er mede, en zaaide mijn zaad op twee groote vlakke stukken gronds, zoo digt bij mijn huis als ik die vinden kon. Ik maakte er eene goede heining om, van stekken gelijk ik er te [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ons geheele gezelschap was er inderdaad van verschrikt, toen wij na het afschieten van Vrijdags pistool, aan weerszijden het afschuwelijkst wolvengehuil hoorden, dat door de echo's in het gebergte verdubbeld werd, zoodat het scheen alsof er eene ontzettende menigte was, en misschien waren er genoeg om ons reden tot vrees te geven. Toen echter Vrijdag den eenen wolf had doodgeschoten, liet de ander [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From dubbel + ver- -en.
Additional Information