struikelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of struikelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: struikelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: struikelend
Past participle - Verleden deelwoord: gestruikeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstruikel
jijstruikelt
hijstruikelt
wijstruikelen
julliestruikelen
zijstruikelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben gestruikeld
jijbent gestruikeld
hijis gestruikeld
wijzijn gestruikeld
julliezijn gestruikeld
zijzijn gestruikeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstruikelde
jijstruikelde
hijstruikelde
wijstruikelden
julliestruikelden
zijstruikelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas gestruikeld
jijwas gestruikeld
hijwas gestruikeld
wijwaren gestruikeld
julliewaren gestruikeld
zijwaren gestruikeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal struikelen
jijzult struikelen
hijzal struikelen
wijzullen struikelen
julliezullen struikelen
zijzullen struikelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestruikeld zijn
jijzult gestruikeld zijn
hijzal gestruikeld zijn
wijzullen gestruikeld zijn
julliezullen gestruikeld zijn
zijzullen gestruikeld zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou struikelen
jijzou struikelen
hijzou struikelen
wijzouden struikelen
julliezouden struikelen
zijzouden struikelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestruikeld zijn
jijzou gestruikeld zijn
hijzou gestruikeld zijn
wijzouden gestruikeld zijn
julliezouden gestruikeld zijn
zijzouden gestruikeld zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijstruikel

Translations

  • stumble, to trip or fall
  • totter, move or stand unsteadily
  • trip, fall over or stumble over an object
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch strukelen. A frequentative of older struiken, and ultimately from the root of struik (“shrub”). Cognate with German straucheln. See: German, old spelling 'straucheln'.

    Verbs referencing "struikelen"

    German, old spelling straucheln.

    Additional Information