schommelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of schommelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: schommelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: schommelend
Past participle - Verleden deelwoord: geschommeld

Cognates

See the 2 cognates of schommelen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschommel
jijschommelt
hijschommelt
wijschommelen
jullieschommelen
zijschommelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geschommeld
jijhebt geschommeld
hijheeft geschommeld
wijhebben geschommeld
julliehebben geschommeld
zijhebben geschommeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschommelde
jijschommelde
hijschommelde
wijschommelden
jullieschommelden
zijschommelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geschommeld
jijhad geschommeld
hijhad geschommeld
wijhadden geschommeld
julliehadden geschommeld
zijhadden geschommeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal schommelen
jijzult schommelen
hijzal schommelen
wijzullen schommelen
julliezullen schommelen
zijzullen schommelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geschommeld hebben
jijzult geschommeld hebben
hijzal geschommeld hebben
wijzullen geschommeld hebben
julliezullen geschommeld hebben
zijzullen geschommeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou schommelen
jijzou schommelen
hijzou schommelen
wijzouden schommelen
julliezouden schommelen
zijzouden schommelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geschommeld hebben
jijzou geschommeld hebben
hijzou geschommeld hebben
wijzouden geschommeld hebben
julliezouden geschommeld hebben
zijzouden geschommeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschommel

Translations

  • rock, sway or tilt violently back and forth
  • swing, to ride on a swing
  • swing, to fluctuate or change
  • waver, to fluctuate or vary
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    deinen
    wiegelen, wiegen
    fluctueren
    wisselen

    Sample Sentences

    Etymology

    Verbs referencing "schommelen"

    German, old spelling schummeln, Plautdietsch schumlen.

    Additional Information