recruteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of recruteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: recruteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: recruterend
Past participle - Verleden deelwoord: gerecruteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrecruteer
jijrecruteert
hijrecruteert
wijrecruteren
jullierecruteren
zijrecruteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerecruteerd
jijhebt gerecruteerd
hijheeft gerecruteerd
wijhebben gerecruteerd
julliehebben gerecruteerd
zijhebben gerecruteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrecruteerde
jijrecruteerde
hijrecruteerde
wijrecruteerden
jullierecruteerden
zijrecruteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerecruteerd
jijhad gerecruteerd
hijhad gerecruteerd
wijhadden gerecruteerd
julliehadden gerecruteerd
zijhadden gerecruteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal recruteren
jijzult recruteren
hijzal recruteren
wijzullen recruteren
julliezullen recruteren
zijzullen recruteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerecruteerd hebben
jijzult gerecruteerd hebben
hijzal gerecruteerd hebben
wijzullen gerecruteerd hebben
julliezullen gerecruteerd hebben
zijzullen gerecruteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou recruteren
jijzou recruteren
hijzou recruteren
wijzouden recruteren
julliezouden recruteren
zijzouden recruteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerecruteerd hebben
jijzou gerecruteerd hebben
hijzou gerecruteerd hebben
wijzouden gerecruteerd hebben
julliezouden gerecruteerd hebben
zijzouden gerecruteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrecruteer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information