ontluisteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontluisteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontluisteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontluisterend
Past participle - Verleden deelwoord: ontluisterd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontluister
jijontluistert
hijontluistert
wijontluisteren
jullieontluisteren
zijontluisteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontluisterd
jijhebt ontluisterd
hijheeft ontluisterd
wijhebben ontluisterd
julliehebben ontluisterd
zijhebben ontluisterd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontluisterde
jijontluisterde
hijontluisterde
wijontluisterden
jullieontluisterden
zijontluisterden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontluisterd
jijhad ontluisterd
hijhad ontluisterd
wijhadden ontluisterd
julliehadden ontluisterd
zijhadden ontluisterd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontluisteren
jijzult ontluisteren
hijzal ontluisteren
wijzullen ontluisteren
julliezullen ontluisteren
zijzullen ontluisteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontluisterd hebben
jijzult ontluisterd hebben
hijzal ontluisterd hebben
wijzullen ontluisterd hebben
julliezullen ontluisterd hebben
zijzullen ontluisterd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontluisteren
jijzou ontluisteren
hijzou ontluisteren
wijzouden ontluisteren
julliezouden ontluisteren
zijzouden ontluisteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontluisterd hebben
jijzou ontluisterd hebben
hijzou ontluisterd hebben
wijzouden ontluisterd hebben
julliezouden ontluisterd hebben
zijzouden ontluisterd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontluister

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From luister (“lustre”) + ont- -en (privative verb-forming circumfix).

Additional Information