neerslaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of neerslaan

The word "neerslaan" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: neerslaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: neerslaand
Past participle - Verleden deelwoord: neergeslagen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksla neer
jijslaat neer
hijslaat neer
wijslaan neer
jullieslaan neer
zijslaan neer

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb neergeslagen
jijhebt neergeslagen
hijheeft neergeslagen
wijhebben neergeslagen
julliehebben neergeslagen
zijhebben neergeslagen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksloeg neer
jijsloeg neer
hijsloeg neer
wijsloegen neer
julliesloegen neer
zijsloegen neer

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad neergeslagen
jijhad neergeslagen
hijhad neergeslagen
wijhadden neergeslagen
julliehadden neergeslagen
zijhadden neergeslagen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal neerslaan
jijzult neerslaan
hijzal neerslaan
wijzullen neerslaan
julliezullen neerslaan
zijzullen neerslaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal neergeslagen hebben
jijzult neergeslagen hebben
hijzal neergeslagen hebben
wijzullen neergeslagen hebben
julliezullen neergeslagen hebben
zijzullen neergeslagen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou neerslaan
jijzou neerslaan
hijzou neerslaan
wijzouden neerslaan
julliezouden neerslaan
zijzouden neerslaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou neergeslagen hebben
jijzou neergeslagen hebben
hijzou neergeslagen hebben
wijzouden neergeslagen hebben
julliezouden neergeslagen hebben
zijzouden neergeslagen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsla neer

Verbs similar to 'neerslaan'

Translations

  • condense, to transform from a gaseous state into a liquid state
  • condense, to be transformed from a gaseous state into a liquid state
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • De bokser sloeg zijn tegenstander neer. (The boxer knocked down his opponent.)
    • Hij sloeg de inbreker neer met een honkbalknuppel. (He knocked down the burglar with a baseball bat.)
    • De sneeuw begon neer te slaan vlak voor zonsondergang. (The snow began to fall down just before sunset.)
    • Het zout sloeg neer uit de oplossing. (The salt precipitated out of the solution.)
    • Door de reactie sloeg een vaste stof neer. (A solid precipitated as a result of the reaction.)

    Etymology

    From neer + slaan.

    Additional Information