martelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of martelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: martelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: martelend
Past participle - Verleden deelwoord: gemarteld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmartel
jijmartelt
hijmartelt
wijmartelen
julliemartelen
zijmartelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemarteld
jijhebt gemarteld
hijheeft gemarteld
wijhebben gemarteld
julliehebben gemarteld
zijhebben gemarteld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmartelde
jijmartelde
hijmartelde
wijmartelden
julliemartelden
zijmartelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemarteld
jijhad gemarteld
hijhad gemarteld
wijhadden gemarteld
julliehadden gemarteld
zijhadden gemarteld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal martelen
jijzult martelen
hijzal martelen
wijzullen martelen
julliezullen martelen
zijzullen martelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemarteld hebben
jijzult gemarteld hebben
hijzal gemarteld hebben
wijzullen gemarteld hebben
julliezullen gemarteld hebben
zijzullen gemarteld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou martelen
jijzou martelen
hijzou martelen
wijzouden martelen
julliezouden martelen
zijzouden martelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemarteld hebben
jijzou gemarteld hebben
hijzou gemarteld hebben
wijzouden gemarteld hebben
julliezouden gemarteld hebben
zijzouden gemarteld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmartel

Translations

  • anguish, cause to suffer pain
  • torture, to intentionally inflict unnecessary pain or suffering on helpless victims
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afbeulen
    afpijnigen
    kwellen
    pijnigen
    folteren
    mishandelen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch martelen, from Old Dutch martilon, from Latin martyriō. See: Old Dutch 'martilon', Latin 'martyriō'.

    Verbs referencing "martelen"

    French marteler.

    Additional Information