introduceren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of introduceren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: introduceren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: introducerend
Past participle - Verleden deelwoord: geïntroduceerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikintroduceer
jijintroduceert
hijintroduceert
wijintroduceren
jullieintroduceren
zijintroduceren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geïntroduceerd
jijhebt geïntroduceerd
hijheeft geïntroduceerd
wijhebben geïntroduceerd
julliehebben geïntroduceerd
zijhebben geïntroduceerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikintroduceerde
jijintroduceerde
hijintroduceerde
wijintroduceerden
jullieintroduceerden
zijintroduceerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geïntroduceerd
jijhad geïntroduceerd
hijhad geïntroduceerd
wijhadden geïntroduceerd
julliehadden geïntroduceerd
zijhadden geïntroduceerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal introduceren
jijzult introduceren
hijzal introduceren
wijzullen introduceren
julliezullen introduceren
zijzullen introduceren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geïntroduceerd hebben
jijzult geïntroduceerd hebben
hijzal geïntroduceerd hebben
wijzullen geïntroduceerd hebben
julliezullen geïntroduceerd hebben
zijzullen geïntroduceerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou introduceren
jijzou introduceren
hijzou introduceren
wijzouden introduceren
julliezouden introduceren
zijzouden introduceren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geïntroduceerd hebben
jijzou geïntroduceerd hebben
hijzou geïntroduceerd hebben
wijzouden geïntroduceerd hebben
julliezouden geïntroduceerd hebben
zijzouden geïntroduceerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijintroduceer

Translations

  • introduce, to cause someone to be acquainted
  • introduce, to add something to a system, a mixture, or a container
  • set, to introduce
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Latin intrōdūcō + -eren.

    Additional Information