inroepen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of inroepen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: inroepen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: inroepend
Past participle - Verleden deelwoord: ingeroepen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikroep in
jijroept in
hijroept in
wijroepen in
jullieroepen in
zijroepen in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingeroepen
jijhebt ingeroepen
hijheeft ingeroepen
wijhebben ingeroepen
julliehebben ingeroepen
zijhebben ingeroepen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikriep in
jijriep in
hijriep in
wijriepen in
jullieriepen in
zijriepen in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingeroepen
jijhad ingeroepen
hijhad ingeroepen
wijhadden ingeroepen
julliehadden ingeroepen
zijhadden ingeroepen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal inroepen
jijzult inroepen
hijzal inroepen
wijzullen inroepen
julliezullen inroepen
zijzullen inroepen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingeroepen hebben
jijzult ingeroepen hebben
hijzal ingeroepen hebben
wijzullen ingeroepen hebben
julliezullen ingeroepen hebben
zijzullen ingeroepen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou inroepen
jijzou inroepen
hijzou inroepen
wijzouden inroepen
julliezouden inroepen
zijzouden inroepen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingeroepen hebben
jijzou ingeroepen hebben
hijzou ingeroepen hebben
wijzouden ingeroepen hebben
julliezouden ingeroepen hebben
zijzouden ingeroepen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijroep in

Verbs conjugated like 'inroepen'

inroepen, roepen,

Translations

  • invoke, appeal for validation to a (notably cited) authority
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] hunner antwoordde voor de overigen, dat zij niets hadden bij te brengen, dan alleen, dat de kapitein, toen zij gevangen genomen waren, hun lijfsbehoud had toegezegd, en dat zij mijne barmhartigheid inriepen. Ik zeide echter, dat ik niet wist, welke barmhartigheid ik hun zou bewijzen, daar ik besloten had met al mijn volk het eiland te verlaten, en met den kapitein den overtogt naar Engeland te doen. De [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From in (“in”) + roepen (“to call, shout”).

    Additional Information