inladen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of inladen

The word "inladen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: inladen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: inladend
Past participle - Verleden deelwoord: ingelaad

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklaad in
jijlaadt in
hijlaadt in
wijladen in
jullieladen in
zijladen in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingelaad
jijhebt ingelaad
hijheeft ingelaad
wijhebben ingelaad
julliehebben ingelaad
zijhebben ingelaad

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklaadde in
jijlaadde in
hijlaadde in
wijlaadden in
jullielaadden in
zijlaadden in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingelaad
jijhad ingelaad
hijhad ingelaad
wijhadden ingelaad
julliehadden ingelaad
zijhadden ingelaad

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal inladen
jijzult inladen
hijzal inladen
wijzullen inladen
julliezullen inladen
zijzullen inladen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingelaad hebben
jijzult ingelaad hebben
hijzal ingelaad hebben
wijzullen ingelaad hebben
julliezullen ingelaad hebben
zijzullen ingelaad hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou inladen
jijzou inladen
hijzou inladen
wijzouden inladen
julliezouden inladen
zijzouden inladen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingelaad hebben
jijzou ingelaad hebben
hijzou ingelaad hebben
wijzouden ingelaad hebben
julliezouden ingelaad hebben
zijzouden ingelaad hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlaad in

Translations

  • load, to put a load on or in
  • embarge, to put in a barge
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From in + laden.

    Additional Information