huisvesten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of huisvesten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: huisvesten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: huisvestend
Past participle - Verleden deelwoord: gehuisvest

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhuisvest
jijhuisvest
hijhuisvest
wijhuisvesten
julliehuisvesten
zijhuisvesten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehuisvest
jijhebt gehuisvest
hijheeft gehuisvest
wijhebben gehuisvest
julliehebben gehuisvest
zijhebben gehuisvest

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhuisvestte
jijhuisvestte
hijhuisvestte
wijhuisvestten
julliehuisvestten
zijhuisvestten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehuisvest
jijhad gehuisvest
hijhad gehuisvest
wijhadden gehuisvest
julliehadden gehuisvest
zijhadden gehuisvest

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal huisvesten
jijzult huisvesten
hijzal huisvesten
wijzullen huisvesten
julliezullen huisvesten
zijzullen huisvesten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehuisvest hebben
jijzult gehuisvest hebben
hijzal gehuisvest hebben
wijzullen gehuisvest hebben
julliezullen gehuisvest hebben
zijzullen gehuisvest hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou huisvesten
jijzou huisvesten
hijzou huisvesten
wijzouden huisvesten
julliezouden huisvesten
zijzouden huisvesten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehuisvest hebben
jijzou gehuisvest hebben
hijzou gehuisvest hebben
wijzouden gehuisvest hebben
julliezouden gehuisvest hebben
zijzouden gehuisvest hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhuisvest

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

herbergen
onderbrengen

Sample Sentences

  • [...] belette mij allen gerusten slaap, en toch was ik even bevreesd, in het open veld, zonder eenige beschutting, te slapen; en wanneer ik rond zag, en alles zoo goed in orde vond, en hoe veilig ik gehuisvest en verborgen was, gevoelde ik grooten weerzin in deze plaats te verlaten. Middelerwijl kwam het mij in de gedachten, dat met dit te maken veel tijd zou verloopen, en dat ik mij er in moest schikken [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

Back-formed from huisvesting.

Verbs referencing "huisvesten"

Afrikaans huisves.

Additional Information