huiveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of huiveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: huiveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: huiverend
Past participle - Verleden deelwoord: gehuiverd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhuiver
jijhuivert
hijhuivert
wijhuiveren
julliehuiveren
zijhuiveren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehuiverd
jijhebt gehuiverd
hijheeft gehuiverd
wijhebben gehuiverd
julliehebben gehuiverd
zijhebben gehuiverd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhuiverde
jijhuiverde
hijhuiverde
wijhuiverden
julliehuiverden
zijhuiverden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehuiverd
jijhad gehuiverd
hijhad gehuiverd
wijhadden gehuiverd
julliehadden gehuiverd
zijhadden gehuiverd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal huiveren
jijzult huiveren
hijzal huiveren
wijzullen huiveren
julliezullen huiveren
zijzullen huiveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehuiverd hebben
jijzult gehuiverd hebben
hijzal gehuiverd hebben
wijzullen gehuiverd hebben
julliezullen gehuiverd hebben
zijzullen gehuiverd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou huiveren
jijzou huiveren
hijzou huiveren
wijzouden huiveren
julliezouden huiveren
zijzouden huiveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehuiverd hebben
jijzou gehuiverd hebben
hijzou gehuiverd hebben
wijzouden gehuiverd hebben
julliezouden gehuiverd hebben
zijzouden gehuiverd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhuiver

Translations

  • shiver, to tremble or shake
  • shudder, to shake nervously, as if from fear
  • wince, to flinch as if in pain
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beven
    rillen, trillen
    terugdeinzen
    terugschrikken

    Sample Sentences

    • [...] somtijds het eiland aandeden, er nimmer iets dachten te vinden, en dus nooit het strand verlieten. Ik twijfel niet of zij waren er verscheidene malen, nadat ik hun spoor ontdekt had, geweest; en ik huiverde bij de gedachte wat mijn toestand zou geweest zijn, als ik op hen gestooten had, en zij mij ontdekt hadden, alleen gewapend met een geweer, soms met eenigen hagel slechts geladen. Welk een [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] en ons allen vermoorden. " Welnu, " zeide ik, " dan wettigt de noodzakelijkheid, hetgeen ik geraden heb, want het is het eenigste middel om ons leven te sparen. " Daar ik echter zag, dat hij nog huiverde voor bloedvergieten, zeide ik, dat ik alles aan hem overliet, en dat zij konden handelen, zoo als zij goed vonden. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    1. Likely onomatopoeic. Appears to contain the frequentative suffix -eren.
    2. An early etymology suggesting that it may ultimately represent a derivation from Proto-Germanic *heufaną (via an unattested Middle Dutch *hūven) is today generally dismissed as implausible. See: Proto-Germanic '*heufaną'.

    Additional Information