dialyseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of dialyseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: dialyseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dialyserend
Past participle - Verleden deelwoord: gedialyseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdialyseer
jijdialyseert
hijdialyseert
wijdialyseren
julliedialyseren
zijdialyseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedialyseerd
jijhebt gedialyseerd
hijheeft gedialyseerd
wijhebben gedialyseerd
julliehebben gedialyseerd
zijhebben gedialyseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdialyseerde
jijdialyseerde
hijdialyseerde
wijdialyseerden
julliedialyseerden
zijdialyseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedialyseerd
jijhad gedialyseerd
hijhad gedialyseerd
wijhadden gedialyseerd
julliehadden gedialyseerd
zijhadden gedialyseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal dialyseren
jijzult dialyseren
hijzal dialyseren
wijzullen dialyseren
julliezullen dialyseren
zijzullen dialyseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedialyseerd hebben
jijzult gedialyseerd hebben
hijzal gedialyseerd hebben
wijzullen gedialyseerd hebben
julliezullen gedialyseerd hebben
zijzullen gedialyseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou dialyseren
jijzou dialyseren
hijzou dialyseren
wijzouden dialyseren
julliezouden dialyseren
zijzouden dialyseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedialyseerd hebben
jijzou gedialyseerd hebben
hijzou gedialyseerd hebben
wijzouden gedialyseerd hebben
julliezouden gedialyseerd hebben
zijzouden gedialyseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdialyseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English dialyse. Equivalent to dialyse + -eren. See: English 'dialyse'.

Additional Information