contribueren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of contribueren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: contribueren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: contribuerend
Past participle - Verleden deelwoord: gecontribueerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikcontribueer
jijcontribueert
hijcontribueert
wijcontribueren
julliecontribueren
zijcontribueren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gecontribueerd
jijhebt gecontribueerd
hijheeft gecontribueerd
wijhebben gecontribueerd
julliehebben gecontribueerd
zijhebben gecontribueerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikcontribueerde
jijcontribueerde
hijcontribueerde
wijcontribueerden
julliecontribueerden
zijcontribueerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gecontribueerd
jijhad gecontribueerd
hijhad gecontribueerd
wijhadden gecontribueerd
julliehadden gecontribueerd
zijhadden gecontribueerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal contribueren
jijzult contribueren
hijzal contribueren
wijzullen contribueren
julliezullen contribueren
zijzullen contribueren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gecontribueerd hebben
jijzult gecontribueerd hebben
hijzal gecontribueerd hebben
wijzullen gecontribueerd hebben
julliezullen gecontribueerd hebben
zijzullen gecontribueerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou contribueren
jijzou contribueren
hijzou contribueren
wijzouden contribueren
julliezouden contribueren
zijzouden contribueren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gecontribueerd hebben
jijzou gecontribueerd hebben
hijzou gecontribueerd hebben
wijzouden gecontribueerd hebben
julliezouden gecontribueerd hebben
zijzouden gecontribueerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijcontribueer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information