Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: bekommeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bekommerend
Past participle - Verleden deelwoord: bekommerd
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | bekommer |
| jij | bekommert |
| hij | bekommert |
| wij | bekommeren |
| jullie | bekommeren |
| zij | bekommeren |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb bekommerd |
| jij | hebt bekommerd |
| hij | heeft bekommerd |
| wij | hebben bekommerd |
| jullie | hebben bekommerd |
| zij | hebben bekommerd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | bekommerde |
| jij | bekommerde |
| hij | bekommerde |
| wij | bekommerden |
| jullie | bekommerden |
| zij | bekommerden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had bekommerd |
| jij | had bekommerd |
| hij | had bekommerd |
| wij | hadden bekommerd |
| jullie | hadden bekommerd |
| zij | hadden bekommerd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal bekommeren |
| jij | zult bekommeren |
| hij | zal bekommeren |
| wij | zullen bekommeren |
| jullie | zullen bekommeren |
| zij | zullen bekommeren |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal bekommerd hebben |
| jij | zult bekommerd hebben |
| hij | zal bekommerd hebben |
| wij | zullen bekommerd hebben |
| jullie | zullen bekommerd hebben |
| zij | zullen bekommerd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou bekommeren |
| jij | zou bekommeren |
| hij | zou bekommeren |
| wij | zouden bekommeren |
| jullie | zouden bekommeren |
| zij | zouden bekommeren |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou bekommerd hebben |
| jij | zou bekommerd hebben |
| hij | zou bekommerd hebben |
| wij | zouden bekommerd hebben |
| jullie | zouden bekommerd hebben |
| zij | zouden bekommerd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'bekommeren'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'bekommeren'
belommeren,
bejammeren,
belemmeren,
betimmeren,
degommeren,
verkommeren,
beboeren,
beboteren,
bedonderen,
bekeren,
Translations
Sample Sentences
-
[...] bui ? " vroeg ik; " het was waarachtig een verschrikkelijke storm."—"Een storm, domoor die gij zijt ! " hervatte hij, " het geleek er niet naar. Met een goed schip, en als wij in het ruime sop zijn, bekommeren wij ons weinig om zulke vlagen. Maar gij zijt een zoet-waterschipper, Robinson; eene kom punsch zal u dat alles doen vergeten. Zie eens welk verrukkelijk weder wij thans hebben. " Om bij dit droevig [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] hart kromp ineen, als ik bedacht, dat een bliksemstraal al mijn kruid kon vernielen, waarvan naar ik dacht, niet alleen mijne veiligheid, maar ook mijn onderhoud geheel afhing. Ik was volstrekt niet bekommerd over mijn eigen gevaar, schoon, als het kruid vlam gevat had, ik zeer ligt doodelijk getroffen had kunnen worden.
(Robinson Crusoe)
-
[...] een zwaar stuk hout gebruikte, maar eindelijk bedacht mijn koevoet te gebruiken; doch ook hiermede bleef het inslaan van deze palen een zeer moeijelijk en vervelend werk. Maar wat behoefde ik mij te bekommeren of iets wat ik te doen had, vervelend was, aangezien ik tijd genoeg had, om het te verrigten ? Als dit afgeloopen was, had ik toch geene andere bezigheid, ten minste niet die ik voorzien kon, [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik bekommerde er mij op dat oogenblik niet om, wat ik doen zou om daar te komen; wat er van mij worden zou als ik den wilden in handen viel, of hoe ik, zoo zij mij vervolgden, hun zou kunnen ontsnappen; zelfs [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch becommeren. Equivalent to kommer + be- -en.
Verbs referencing "bekommeren"
Swedish
bekymra.
Additional Information