beijveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of beijveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: beijveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: beijverend
Past participle - Verleden deelwoord: beijverd

Cognates

See the 2 cognates of beijveren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbeijver
jijbeijvert
hijbeijvert
wijbeijveren
julliebeijveren
zijbeijveren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb beijverd
jijhebt beijverd
hijheeft beijverd
wijhebben beijverd
julliehebben beijverd
zijhebben beijverd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbeijverde
jijbeijverde
hijbeijverde
wijbeijverden
julliebeijverden
zijbeijverden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad beijverd
jijhad beijverd
hijhad beijverd
wijhadden beijverd
julliehadden beijverd
zijhadden beijverd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal beijveren
jijzult beijveren
hijzal beijveren
wijzullen beijveren
julliezullen beijveren
zijzullen beijveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal beijverd hebben
jijzult beijverd hebben
hijzal beijverd hebben
wijzullen beijverd hebben
julliezullen beijverd hebben
zijzullen beijverd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou beijveren
jijzou beijveren
hijzou beijveren
wijzouden beijveren
julliezouden beijveren
zijzouden beijveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou beijverd hebben
jijzou beijverd hebben
hijzou beijverd hebben
wijzouden beijverd hebben
julliezouden beijverd hebben
zijzouden beijverd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbeijver

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From be- + ijveren.

Verbs referencing "beijveren"

Swedish beivra.

Additional Information