administreren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of administreren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: administreren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: administrerend
Past participle - Verleden deelwoord: geadministreerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikadministreer
jijadministreert
hijadministreert
wijadministreren
jullieadministreren
zijadministreren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geadministreerd
jijhebt geadministreerd
hijheeft geadministreerd
wijhebben geadministreerd
julliehebben geadministreerd
zijhebben geadministreerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikadministreerde
jijadministreerde
hijadministreerde
wijadministreerden
jullieadministreerden
zijadministreerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geadministreerd
jijhad geadministreerd
hijhad geadministreerd
wijhadden geadministreerd
julliehadden geadministreerd
zijhadden geadministreerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal administreren
jijzult administreren
hijzal administreren
wijzullen administreren
julliezullen administreren
zijzullen administreren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geadministreerd hebben
jijzult geadministreerd hebben
hijzal geadministreerd hebben
wijzullen geadministreerd hebben
julliezullen geadministreerd hebben
zijzullen geadministreerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou administreren
jijzou administreren
hijzou administreren
wijzouden administreren
julliezouden administreren
zijzouden administreren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geadministreerd hebben
jijzou geadministreerd hebben
hijzou geadministreerd hebben
wijzouden geadministreerd hebben
julliezouden geadministreerd hebben
zijzouden geadministreerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijadministreer

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

beheren
besturen, waarnemen

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch administreren, from Middle French administrer, from Old French administrer. See: Old French 'administrer'.

Additional Information