aanhalen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanhalen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanhalen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanhalend
Past participle - Verleden deelwoord: aangehaald

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhaal aan
jijhaalt aan
hijhaalt aan
wijhalen aan
julliehalen aan
zijhalen aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangehaald
jijhebt aangehaald
hijheeft aangehaald
wijhebben aangehaald
julliehebben aangehaald
zijhebben aangehaald

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhaalde aan
jijhaalde aan
hijhaalde aan
wijhaalden aan
julliehaalden aan
zijhaalden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangehaald
jijhad aangehaald
hijhad aangehaald
wijhadden aangehaald
julliehadden aangehaald
zijhadden aangehaald

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanhalen
jijzult aanhalen
hijzal aanhalen
wijzullen aanhalen
julliezullen aanhalen
zijzullen aanhalen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangehaald hebben
jijzult aangehaald hebben
hijzal aangehaald hebben
wijzullen aangehaald hebben
julliezullen aangehaald hebben
zijzullen aangehaald hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanhalen
jijzou aanhalen
hijzou aanhalen
wijzouden aanhalen
julliezouden aanhalen
zijzouden aanhalen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangehaald hebben
jijzou aangehaald hebben
hijzou aangehaald hebben
wijzouden aangehaald hebben
julliezouden aangehaald hebben
zijzouden aangehaald hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhaal aan

Translations

  • adduce, to bring forward or offer, as an argument, passage, or consideration
  • quote, to refer to a statement that has been made by someone else
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    liefkozen
    vleien
    citeren
    herhalen, ontlenen

    Sample Sentences

    • [...] te vermijden en voor ons het vreesselijkst is, toch het eenigste middel is om ons uit onze ongelukken te redden. Ik zou uit mijn buitengewonen levensloop vele voorbeelden tot staving hiervan kunnen aanhalen; maar nergens bleek dit duidelijker in dan in de omstandigheden, die de laatste jaren van mijn verblijf alhier kenmerkten. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch aenhalen. Equivalent to aan + halen.

    Additional Information