Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: zekeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zekerend
Past participle - Verleden deelwoord: gezekerd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | zeker |
| jij | zekert |
| hij | zekert |
| wij | zekeren |
| jullie | zekeren |
| zij | zekeren |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gezekerd |
| jij | hebt gezekerd |
| hij | heeft gezekerd |
| wij | hebben gezekerd |
| jullie | hebben gezekerd |
| zij | hebben gezekerd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | zekerde |
| jij | zekerde |
| hij | zekerde |
| wij | zekerden |
| jullie | zekerden |
| zij | zekerden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gezekerd |
| jij | had gezekerd |
| hij | had gezekerd |
| wij | hadden gezekerd |
| jullie | hadden gezekerd |
| zij | hadden gezekerd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal zekeren |
| jij | zult zekeren |
| hij | zal zekeren |
| wij | zullen zekeren |
| jullie | zullen zekeren |
| zij | zullen zekeren |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gezekerd hebben |
| jij | zult gezekerd hebben |
| hij | zal gezekerd hebben |
| wij | zullen gezekerd hebben |
| jullie | zullen gezekerd hebben |
| zij | zullen gezekerd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou zekeren |
| jij | zou zekeren |
| hij | zou zekeren |
| wij | zouden zekeren |
| jullie | zouden zekeren |
| zij | zouden zekeren |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gezekerd hebben |
| jij | zou gezekerd hebben |
| hij | zou gezekerd hebben |
| wij | zouden gezekerd hebben |
| jullie | zouden gezekerd hebben |
| zij | zouden gezekerd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'zekeren'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'zekeren'
bekeren,
zeveren,
afkeren,
akkeren,
ankeren,
bakeren,
begeren,
beheren,
beieren,
bekoren,
Translations
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
Met deze boot gingen wij dikwijls uit visschen, en daar ik zeer bedreven er in was, nam hij mij altijd mede. Op zekeren dag zou ik er mede uitgaan, hetzij om te visschen of alleen tot vermaak, met twee of drie Mooren van eenigen rang. Hij had derhalve den vorigen avond veel meer mondbehoeften dan gewoonlijk aan boord [...]
(Robinson Crusoe)
-
Op zekeren dag was ik met eenige kooplieden en planters van mijne kennis hierover aan het praten. Den volgenden morgen kwamen drie hunner bij mij, en zeiden, dat zij zeer ernstig over het gesprek van den [...]
(Robinson Crusoe)
-
Maar altijd kwam er iets in mij op, dat deze gedachten stuitte, en mij er over berispte. Op zekeren dag in het bijzonder, toen ik met mijn geweer in de hand langs het strand wandelde, peinsde ik ernstig over mijn tegenwoordigen toestand, toen mijne rede als het ware toetrad, en mij de zaak van [...]
(Robinson Crusoe)
-
Thans echter begon ik mij met andere denkbeelden bezig te houden. Ik las dagelijks het Woord van God, en paste al de vertroostingen daarin op mijn toestand toe. Op zekeren morgen toen ik zoo neêrslagtig was, opende ik den bijbel bij deze woorden: " Ik zal u nimmer verlaten ! " Dadelijk viel het mij in, dat deze woorden voor mij geschreven waren; waarom anders zou ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
Op zekeren dag, tegen den middag, ging ik naar mijne boot, maar stond niet weinig verbaasd, toen ik duidelijk op het zand den indruk van een naakten menschenvoet zag. Ik stond als van den donder getroffen, of [...]
(Robinson Crusoe)
-
Doch die zullen wij voor een oogenblik daar laten. Op zekeren dag, den 16den Mei, naar mijn houten almanak te rekenen, dien ik nog dagelijks bijhield, woei het den geheelen dag een fellen storm met donder en bliksem, en de nacht was even ruw. Ik zat in den [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch sekeren. Equivalent to zeker + -en.
Additional Information