zamelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of zamelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: zamelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zamelend
Past participle - Verleden deelwoord: gezameld

Cognates

See the 4 cognates of zamelen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzamel
jijzamelt
hijzamelt
wijzamelen
julliezamelen
zijzamelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gezameld
jijhebt gezameld
hijheeft gezameld
wijhebben gezameld
julliehebben gezameld
zijhebben gezameld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzamelde
jijzamelde
hijzamelde
wijzamelden
julliezamelden
zijzamelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gezameld
jijhad gezameld
hijhad gezameld
wijhadden gezameld
julliehadden gezameld
zijhadden gezameld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal zamelen
jijzult zamelen
hijzal zamelen
wijzullen zamelen
julliezullen zamelen
zijzullen zamelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gezameld hebben
jijzult gezameld hebben
hijzal gezameld hebben
wijzullen gezameld hebben
julliezullen gezameld hebben
zijzullen gezameld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou zamelen
jijzou zamelen
hijzou zamelen
wijzouden zamelen
julliezouden zamelen
zijzouden zamelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gezameld hebben
jijzou gezameld hebben
hijzou gezameld hebben
wijzouden gezameld hebben
julliezouden gezameld hebben
zijzouden gezameld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzamel

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • [...] hem toen, zoo goed als ik kon, waarom onze Verlosser niet de gedaante der Engelen maar den aard der menschen had aangenomen; dat hij gekomen was om de verloren schapen van het huis Israëls bijeen te zamelen en zoo voorts. (Robinson Crusoe)
  • [...] ik mij zelve vele dingen eigen maakte en opmerkte, die ik vroeger niet wist of nimmer aan gedacht had, maar mij thans voor den geest kwamen, nu ik ze ter onderrigting voor dezen armen wilde bijeen zamelde; en ik onderzocht deze zaken thans met meer lust dan ooit te voren. Het zij dus deze arme wilde mij genoegen of gevaren zou aanbrengen, altijd had ik groote reden tot dankbaarheid. Mijn verdriet [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch *samelen, reflected in the early 15th-century Middle Dutch samelinge. The word is generally considered to be borrowed from German; if this word indeed existed in Middle Dutch, then it would be borrowed from Middle High German samelen. See: Middle High German 'samelen'.

Verbs referencing "zamelen"

English sam.

Additional Information