wantrouwen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wantrouwen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wantrouwen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wantrouwend
Past participle - Verleden deelwoord: wantrouwd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwantrouw
jijwantrouwt
hijwantrouwt
wijwantrouwen
julliewantrouwen
zijwantrouwen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb wantrouwd
jijhebt wantrouwd
hijheeft wantrouwd
wijhebben wantrouwd
julliehebben wantrouwd
zijhebben wantrouwd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwantrouwde
jijwantrouwde
hijwantrouwde
wijwantrouwden
julliewantrouwden
zijwantrouwden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad wantrouwd
jijhad wantrouwd
hijhad wantrouwd
wijhadden wantrouwd
julliehadden wantrouwd
zijhadden wantrouwd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wantrouwen
jijzult wantrouwen
hijzal wantrouwen
wijzullen wantrouwen
julliezullen wantrouwen
zijzullen wantrouwen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal wantrouwd hebben
jijzult wantrouwd hebben
hijzal wantrouwd hebben
wijzullen wantrouwd hebben
julliezullen wantrouwd hebben
zijzullen wantrouwd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wantrouwen
jijzou wantrouwen
hijzou wantrouwen
wijzouden wantrouwen
julliezouden wantrouwen
zijzouden wantrouwen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou wantrouwd hebben
jijzou wantrouwd hebben
hijzou wantrouwd hebben
wijzouden wantrouwd hebben
julliezouden wantrouwd hebben
zijzouden wantrouwd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwantrouw

Translations

  • distrust, to put no trust in
  • suspect, distrust, have doubts about
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] Xury, zal ik een man van u maken, maar zoo gij niet bij Mahomed en zijn vaders baard mij trouw wilt zweren, zal ik u ook over boord werpen. " De knaap zag mij zoo onschuldig aan, dat ik hem niet kon wantrouwen, en zwoer mij getrouw te zijn, en tot aan het einde der wereld te zullen vergezellen. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From wan- + trouwen.

    Additional Information