verwedden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verwedden

The word "verwedden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verwedden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verweddend
Past participle - Verleden deelwoord: verwedd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverwed
jijverwedt
hijverwedt
wijverwedden
jullieverwedden
zijverwedden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verwedd
jijhebt verwedd
hijheeft verwedd
wijhebben verwedd
julliehebben verwedd
zijhebben verwedd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverwedde
jijverwedde
hijverwedde
wijverwedden
jullieverwedden
zijverwedden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verwedd
jijhad verwedd
hijhad verwedd
wijhadden verwedd
julliehadden verwedd
zijhadden verwedd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verwedden
jijzult verwedden
hijzal verwedden
wijzullen verwedden
julliezullen verwedden
zijzullen verwedden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verwedd hebben
jijzult verwedd hebben
hijzal verwedd hebben
wijzullen verwedd hebben
julliezullen verwedd hebben
zijzullen verwedd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verwedden
jijzou verwedden
hijzou verwedden
wijzouden verwedden
julliezouden verwedden
zijzouden verwedden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verwedd hebben
jijzou verwedd hebben
hijzou verwedd hebben
wijzouden verwedd hebben
julliezouden verwedd hebben
zijzouden verwedd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverwed

Verbs similar to 'verwedden'

Translations

  • wager, put up as collateral
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From ver- + wedden.

    Additional Information