Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verwarmen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verwarmend
Past participle - Verleden deelwoord: verwarmd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verwarm |
| jij | verwarmt |
| hij | verwarmt |
| wij | verwarmen |
| jullie | verwarmen |
| zij | verwarmen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb verwarmd |
| jij | hebt verwarmd |
| hij | heeft verwarmd |
| wij | hebben verwarmd |
| jullie | hebben verwarmd |
| zij | hebben verwarmd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verwarmde |
| jij | verwarmde |
| hij | verwarmde |
| wij | verwarmden |
| jullie | verwarmden |
| zij | verwarmden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had verwarmd |
| jij | had verwarmd |
| hij | had verwarmd |
| wij | hadden verwarmd |
| jullie | hadden verwarmd |
| zij | hadden verwarmd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verwarmen |
| jij | zult verwarmen |
| hij | zal verwarmen |
| wij | zullen verwarmen |
| jullie | zullen verwarmen |
| zij | zullen verwarmen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verwarmd hebben |
| jij | zult verwarmd hebben |
| hij | zal verwarmd hebben |
| wij | zullen verwarmd hebben |
| jullie | zullen verwarmd hebben |
| zij | zullen verwarmd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verwarmen |
| jij | zou verwarmen |
| hij | zou verwarmen |
| wij | zouden verwarmen |
| jullie | zouden verwarmen |
| zij | zouden verwarmen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verwarmd hebben |
| jij | zou verwarmd hebben |
| hij | zou verwarmd hebben |
| wij | zouden verwarmd hebben |
| jullie | zouden verwarmd hebben |
| zij | zouden verwarmd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'verwarmen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'verwarmen'
verwarren,
verjaren,
verweren,
verwerken,
verwerpen,
verwerven,
bewaren,
ervaren,
hervormen,
overwerken,
Translations
heat, to cause an increase in temperature of an object or space
warm, to make or keep warm
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] langs zou loopen. Dit ging zoo goed, dat ik een geheel stel kleederen van deze huiden maakte, namelijk eene buis en broek, aan de knieën open en zeer ruim, want zij moesten mij eer koel houden dan verwarmen. Ik moet bekennen, dat zij er jammerlijk uitzagen en dat, ofschoon een slechte timmerman, ik nog tienmaal slechter snijder was. Echter kwamen zij mij zeer goed te stade, en als ik in den regen liep, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] hoofd tegen zijne borst gedrukt, gelijk eene moeder haren zuigeling, een half uur achtereen om hem te koesteren; dan nam hij zijne armen en beenen, die geschaafd en stijf van het binden waren, en verwarmde en wreef die met zijne handen; en ik dit ziende gaf hem wat rum uit mijne flesch om ze te wrijven, hetgeen ze zeer veel goed deed.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From warm + ver- -en.
Additional Information