verlakken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verlakken

The word "verlakken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verlakken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verlakkend
Past participle - Verleden deelwoord: verlakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverlak
jijverlakt
hijverlakt
wijverlakken
jullieverlakken
zijverlakken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verlakt
jijhebt verlakt
hijheeft verlakt
wijhebben verlakt
julliehebben verlakt
zijhebben verlakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverlakte
jijverlakte
hijverlakte
wijverlakten
jullieverlakten
zijverlakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verlakt
jijhad verlakt
hijhad verlakt
wijhadden verlakt
julliehadden verlakt
zijhadden verlakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verlakken
jijzult verlakken
hijzal verlakken
wijzullen verlakken
julliezullen verlakken
zijzullen verlakken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verlakt hebben
jijzult verlakt hebben
hijzal verlakt hebben
wijzullen verlakt hebben
julliezullen verlakt hebben
zijzullen verlakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verlakken
jijzou verlakken
hijzou verlakken
wijzouden verlakken
julliezouden verlakken
zijzouden verlakken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verlakt hebben
jijzou verlakt hebben
hijzou verlakt hebben
wijzouden verlakt hebben
julliezouden verlakt hebben
zijzouden verlakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverlak

Verbs similar to 'verlakken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information