verhakkelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verhakkelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verhakkelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verhakkelend
Past participle - Verleden deelwoord: verhakkeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverhakkel
jijverhakkelt
hijverhakkelt
wijverhakkelen
jullieverhakkelen
zijverhakkelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verhakkeld
jijhebt verhakkeld
hijheeft verhakkeld
wijhebben verhakkeld
julliehebben verhakkeld
zijhebben verhakkeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverhakkelde
jijverhakkelde
hijverhakkelde
wijverhakkelden
jullieverhakkelden
zijverhakkelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verhakkeld
jijhad verhakkeld
hijhad verhakkeld
wijhadden verhakkeld
julliehadden verhakkeld
zijhadden verhakkeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verhakkelen
jijzult verhakkelen
hijzal verhakkelen
wijzullen verhakkelen
julliezullen verhakkelen
zijzullen verhakkelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verhakkeld hebben
jijzult verhakkeld hebben
hijzal verhakkeld hebben
wijzullen verhakkeld hebben
julliezullen verhakkeld hebben
zijzullen verhakkeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verhakkelen
jijzou verhakkelen
hijzou verhakkelen
wijzouden verhakkelen
julliezouden verhakkelen
zijzouden verhakkelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verhakkeld hebben
jijzou verhakkeld hebben
hijzou verhakkeld hebben
wijzouden verhakkeld hebben
julliezouden verhakkeld hebben
zijzouden verhakkeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverhakkel

Translations

  • mutilate, To destroy beyond recognition
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information