vergaderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vergaderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vergaderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vergaderend
Past participle - Verleden deelwoord: vergadeerd

Cognates

See the 2 cognates of vergaderen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvergadeer
jijvergadeert
hijvergadeert
wijvergaderen
jullievergaderen
zijvergaderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vergadeerd
jijhebt vergadeerd
hijheeft vergadeerd
wijhebben vergadeerd
julliehebben vergadeerd
zijhebben vergadeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvergadeerde
jijvergadeerde
hijvergadeerde
wijvergadeerden
jullievergadeerden
zijvergadeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vergadeerd
jijhad vergadeerd
hijhad vergadeerd
wijhadden vergadeerd
julliehadden vergadeerd
zijhadden vergadeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vergaderen
jijzult vergaderen
hijzal vergaderen
wijzullen vergaderen
julliezullen vergaderen
zijzullen vergaderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vergadeerd hebben
jijzult vergadeerd hebben
hijzal vergadeerd hebben
wijzullen vergadeerd hebben
julliezullen vergadeerd hebben
zijzullen vergadeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vergaderen
jijzou vergaderen
hijzou vergaderen
wijzouden vergaderen
julliezouden vergaderen
zijzouden vergaderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vergadeerd hebben
jijzou vergadeerd hebben
hijzou vergadeerd hebben
wijzouden vergadeerd hebben
julliezouden vergadeerd hebben
zijzouden vergadeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvergadeer

Translations

  • flock, to congregate
  • impart, to hold a conference or consultation
  • throng, to congregate
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beraadslagen
    delibereren, overleggen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch vergaderen. Equivalent to ver- + gaderen. See also vergaren, which derives from the same source, but from the later variant garen by syncope. Cognate with Low German vergadern, English forgather. See: Low Saxon 'vergadern', English 'forgather'.

    Verbs referencing "vergaderen"

    English forgather, German, old spelling vergattern.

    Additional Information