uitdunnen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitdunnen

The word "uitdunnen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitdunnen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitdunnend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgedund

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdun uit
jijdunt uit
hijdunt uit
wijdunnen uit
julliedunnen uit
zijdunnen uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgedund
jijhebt uitgedund
hijheeft uitgedund
wijhebben uitgedund
julliehebben uitgedund
zijhebben uitgedund

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdunde uit
jijdunde uit
hijdunde uit
wijdunden uit
julliedunden uit
zijdunden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgedund
jijhad uitgedund
hijhad uitgedund
wijhadden uitgedund
julliehadden uitgedund
zijhadden uitgedund

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitdunnen
jijzult uitdunnen
hijzal uitdunnen
wijzullen uitdunnen
julliezullen uitdunnen
zijzullen uitdunnen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgedund hebben
jijzult uitgedund hebben
hijzal uitgedund hebben
wijzullen uitgedund hebben
julliezullen uitgedund hebben
zijzullen uitgedund hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitdunnen
jijzou uitdunnen
hijzou uitdunnen
wijzouden uitdunnen
julliezouden uitdunnen
zijzouden uitdunnen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgedund hebben
jijzou uitgedund hebben
hijzou uitgedund hebben
wijzouden uitgedund hebben
julliezouden uitgedund hebben
zijzouden uitgedund hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdun uit

Verbs similar to 'uitdunnen'

Translations

  • cull, to select animals from a group and then kill them
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From uit + dunnen.

    Additional Information