trollen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of trollen

The word "trollen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: trollen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: trollend
Past participle - Verleden deelwoord: getrold

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktrol
jijtrolt
hijtrolt
wijtrollen
jullietrollen
zijtrollen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getrold
jijhebt getrold
hijheeft getrold
wijhebben getrold
julliehebben getrold
zijhebben getrold

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktrolde
jijtrolde
hijtrolde
wijtrolden
jullietrolden
zijtrolden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getrold
jijhad getrold
hijhad getrold
wijhadden getrold
julliehadden getrold
zijhadden getrold

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal trollen
jijzult trollen
hijzal trollen
wijzullen trollen
julliezullen trollen
zijzullen trollen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getrold hebben
jijzult getrold hebben
hijzal getrold hebben
wijzullen getrold hebben
julliezullen getrold hebben
zijzullen getrold hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou trollen
jijzou trollen
hijzou trollen
wijzouden trollen
julliezouden trollen
zijzouden trollen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getrold hebben
jijzou getrold hebben
hijzou getrold hebben
wijzouden getrold hebben
julliezouden getrold hebben
zijzouden getrold hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtrol

Verbs similar to 'trollen'

Translations

  • troll, internet: to attempt to lure others into combative argument
  • troll, internet: to incite anger
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from English troll. See: English 'troll'.

    Additional Information