toveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of toveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: toveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: toverend
Past participle - Verleden deelwoord: getoverd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktover
jijtovert
hijtovert
wijtoveren
jullietoveren
zijtoveren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getoverd
jijhebt getoverd
hijheeft getoverd
wijhebben getoverd
julliehebben getoverd
zijhebben getoverd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktoverde
jijtoverde
hijtoverde
wijtoverden
jullietoverden
zijtoverden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getoverd
jijhad getoverd
hijhad getoverd
wijhadden getoverd
julliehadden getoverd
zijhadden getoverd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal toveren
jijzult toveren
hijzal toveren
wijzullen toveren
julliezullen toveren
zijzullen toveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getoverd hebben
jijzult getoverd hebben
hijzal getoverd hebben
wijzullen getoverd hebben
julliezullen getoverd hebben
zijzullen getoverd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou toveren
jijzou toveren
hijzou toveren
wijzouden toveren
julliezouden toveren
zijzouden toveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getoverd hebben
jijzou getoverd hebben
hijzou getoverd hebben
wijzouden getoverd hebben
julliezouden getoverd hebben
zijzouden getoverd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtover

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Hij kan toveren: met het kleinste budget behaalt hij de beste resultaten. (He can do magic: with the lesser budget he gets the best results.)

Etymology

From Middle Dutch tôveren, from Old Dutch *tōvaron, from Proto-West Germanic *taubrōn, from Proto-Germanic *taubrōną. Equivalent to tover (“magic”) + -en. Cognates include German Low German tovern, tövern and German zaubern. See: Old Dutch '*tōvaron', Proto-Germanic '*taubrōną', German, old spelling 'zaubern'.

Verbs referencing "toveren"

Sranan tofru.

Additional Information