tarten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of tarten

The word "tarten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: tarten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: tartend
Past participle - Verleden deelwoord: getart

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktart
jijtart
hijtart
wijtarten
jullietarten
zijtarten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getart
jijhebt getart
hijheeft getart
wijhebben getart
julliehebben getart
zijhebben getart

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktartte
jijtartte
hijtartte
wijtartten
jullietartten
zijtartten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getart
jijhad getart
hijhad getart
wijhadden getart
julliehadden getart
zijhadden getart

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal tarten
jijzult tarten
hijzal tarten
wijzullen tarten
julliezullen tarten
zijzullen tarten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getart hebben
jijzult getart hebben
hijzal getart hebben
wijzullen getart hebben
julliezullen getart hebben
zijzullen getart hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou tarten
jijzou tarten
hijzou tarten
wijzouden tarten
julliezouden tarten
zijzouden tarten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getart hebben
jijzou getart hebben
hijzou getart hebben
wijzouden getart hebben
julliezouden getart hebben
zijzouden getart hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtart

Verbs similar to 'tarten'

Translations

  • challenge, to invite someone to take part in a competition
  • dare, to defy or challenge
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • het lot tarten (to tempt fate)
    • Hij tartte het lot (He tempted fate.)

    Etymology

    From Middle Dutch torten, tarten, terten, from Old Dutch *trotton, *tratton, further etymology unknown. Cognate with Middle High German tratzen, trotzen, tretzen, with the same variation in stem vowel. See: Old Dutch '*trotton'.

    Additional Information