sovjetiseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of sovjetiseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: sovjetiseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: sovjetiserend
Past participle - Verleden deelwoord: gesovjetiseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksovjetiseer
jijsovjetiseert
hijsovjetiseert
wijsovjetiseren
julliesovjetiseren
zijsovjetiseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesovjetiseerd
jijhebt gesovjetiseerd
hijheeft gesovjetiseerd
wijhebben gesovjetiseerd
julliehebben gesovjetiseerd
zijhebben gesovjetiseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksovjetiseerde
jijsovjetiseerde
hijsovjetiseerde
wijsovjetiseerden
julliesovjetiseerden
zijsovjetiseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesovjetiseerd
jijhad gesovjetiseerd
hijhad gesovjetiseerd
wijhadden gesovjetiseerd
julliehadden gesovjetiseerd
zijhadden gesovjetiseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal sovjetiseren
jijzult sovjetiseren
hijzal sovjetiseren
wijzullen sovjetiseren
julliezullen sovjetiseren
zijzullen sovjetiseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesovjetiseerd hebben
jijzult gesovjetiseerd hebben
hijzal gesovjetiseerd hebben
wijzullen gesovjetiseerd hebben
julliezullen gesovjetiseerd hebben
zijzullen gesovjetiseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou sovjetiseren
jijzou sovjetiseren
hijzou sovjetiseren
wijzouden sovjetiseren
julliezouden sovjetiseren
zijzouden sovjetiseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesovjetiseerd hebben
jijzou gesovjetiseerd hebben
hijzou gesovjetiseerd hebben
wijzouden gesovjetiseerd hebben
julliezouden gesovjetiseerd hebben
zijzouden gesovjetiseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsovjetiseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information