isomeriseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of isomeriseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: isomeriseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: isomeriserend
Past participle - Verleden deelwoord: geïsomeriseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikisomeriseer
jijisomeriseert
hijisomeriseert
wijisomeriseren
jullieisomeriseren
zijisomeriseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geïsomeriseerd
jijhebt geïsomeriseerd
hijheeft geïsomeriseerd
wijhebben geïsomeriseerd
julliehebben geïsomeriseerd
zijhebben geïsomeriseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikisomeriseerde
jijisomeriseerde
hijisomeriseerde
wijisomeriseerden
jullieisomeriseerden
zijisomeriseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geïsomeriseerd
jijhad geïsomeriseerd
hijhad geïsomeriseerd
wijhadden geïsomeriseerd
julliehadden geïsomeriseerd
zijhadden geïsomeriseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal isomeriseren
jijzult isomeriseren
hijzal isomeriseren
wijzullen isomeriseren
julliezullen isomeriseren
zijzullen isomeriseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geïsomeriseerd hebben
jijzult geïsomeriseerd hebben
hijzal geïsomeriseerd hebben
wijzullen geïsomeriseerd hebben
julliezullen geïsomeriseerd hebben
zijzullen geïsomeriseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou isomeriseren
jijzou isomeriseren
hijzou isomeriseren
wijzouden isomeriseren
julliezouden isomeriseren
zijzouden isomeriseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geïsomeriseerd hebben
jijzou geïsomeriseerd hebben
hijzou geïsomeriseerd hebben
wijzouden geïsomeriseerd hebben
julliezouden geïsomeriseerd hebben
zijzouden geïsomeriseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijisomeriseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information