snappen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of snappen

The word "snappen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: snappen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: snappend
Past participle - Verleden deelwoord: gesnapt

Cognates

See the 3 cognates of snappen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksnap
jijsnapt
hijsnapt
wijsnappen
julliesnappen
zijsnappen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesnapt
jijhebt gesnapt
hijheeft gesnapt
wijhebben gesnapt
julliehebben gesnapt
zijhebben gesnapt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksnapte
jijsnapte
hijsnapte
wijsnapten
julliesnapten
zijsnapten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesnapt
jijhad gesnapt
hijhad gesnapt
wijhadden gesnapt
julliehadden gesnapt
zijhadden gesnapt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal snappen
jijzult snappen
hijzal snappen
wijzullen snappen
julliezullen snappen
zijzullen snappen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesnapt hebben
jijzult gesnapt hebben
hijzal gesnapt hebben
wijzullen gesnapt hebben
julliezullen gesnapt hebben
zijzullen gesnapt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou snappen
jijzou snappen
hijzou snappen
wijzouden snappen
julliezouden snappen
zijzouden snappen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesnapt hebben
jijzou gesnapt hebben
hijzou gesnapt hebben
wijzouden gesnapt hebben
julliezouden gesnapt hebben
zijzouden gesnapt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsnap

Translations

  • apprehend, to understand; to recognize
  • catch, to perceive and understand
  • comprehend, to understand
  • fathom, (transitive, figuratively) to manage to comprehend
  • follow, to understand
  • get, colloquial: to understand
  • grasp, to understand
  • miss, to fail to understand
  • understand, to understand
  • understand, to grasp the meaning of
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch snappen, of a group of words pertaining to snuiven (“to sniff”), referring to jerky motions or breathing. Similar sense development is found in German schnappen (“to seize, grasp, breathe”). See: German, old spelling 'schnappen'.

    Verbs referencing "snappen"

    English snap, German, old spelling schnappen, German, old spelling schnacken, Swedish snappa.

    Additional Information