sekwestreren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of sekwestreren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: sekwestreren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: sekwestrerend
Past participle - Verleden deelwoord: gesekwestreerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksekwestreer
jijsekwestreert
hijsekwestreert
wijsekwestreren
julliesekwestreren
zijsekwestreren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesekwestreerd
jijhebt gesekwestreerd
hijheeft gesekwestreerd
wijhebben gesekwestreerd
julliehebben gesekwestreerd
zijhebben gesekwestreerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksekwestreerde
jijsekwestreerde
hijsekwestreerde
wijsekwestreerden
julliesekwestreerden
zijsekwestreerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesekwestreerd
jijhad gesekwestreerd
hijhad gesekwestreerd
wijhadden gesekwestreerd
julliehadden gesekwestreerd
zijhadden gesekwestreerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal sekwestreren
jijzult sekwestreren
hijzal sekwestreren
wijzullen sekwestreren
julliezullen sekwestreren
zijzullen sekwestreren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesekwestreerd hebben
jijzult gesekwestreerd hebben
hijzal gesekwestreerd hebben
wijzullen gesekwestreerd hebben
julliezullen gesekwestreerd hebben
zijzullen gesekwestreerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou sekwestreren
jijzou sekwestreren
hijzou sekwestreren
wijzouden sekwestreren
julliezouden sekwestreren
zijzouden sekwestreren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesekwestreerd hebben
jijzou gesekwestreerd hebben
hijzou gesekwestreerd hebben
wijzouden gesekwestreerd hebben
julliezouden gesekwestreerd hebben
zijzouden gesekwestreerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsekwestreer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information