scannen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of scannen

The word "scannen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: scannen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: scannend
Past participle - Verleden deelwoord: gescand

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikscan
jijscant
hijscant
wijscannen
julliescannen
zijscannen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gescand
jijhebt gescand
hijheeft gescand
wijhebben gescand
julliehebben gescand
zijhebben gescand

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikscande
jijscande
hijscande
wijscanden
julliescanden
zijscanden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gescand
jijhad gescand
hijhad gescand
wijhadden gescand
julliehadden gescand
zijhadden gescand

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal scannen
jijzult scannen
hijzal scannen
wijzullen scannen
julliezullen scannen
zijzullen scannen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gescand hebben
jijzult gescand hebben
hijzal gescand hebben
wijzullen gescand hebben
julliezullen gescand hebben
zijzullen gescand hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou scannen
jijzou scannen
hijzou scannen
wijzouden scannen
julliezouden scannen
zijzouden scannen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gescand hebben
jijzou gescand hebben
hijzou gescand hebben
wijzouden gescand hebben
julliezouden gescand hebben
zijzouden gescand hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijscan

Verbs similar to 'scannen'

Translations

  • scan, create a digital copy of an image using a scanner
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from English scan. See: English 'scan'.

    Additional Information