robben – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of robben

The word "robben" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: robben
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: robbend
Past participle - Verleden deelwoord: gerobd

Cognates

See the 4 cognates of robben

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrob
jijrobt
hijrobt
wijrobben
jullierobben
zijrobben

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerobd
jijhebt gerobd
hijheeft gerobd
wijhebben gerobd
julliehebben gerobd
zijhebben gerobd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrobde
jijrobde
hijrobde
wijrobden
jullierobden
zijrobden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerobd
jijhad gerobd
hijhad gerobd
wijhadden gerobd
julliehadden gerobd
zijhadden gerobd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal robben
jijzult robben
hijzal robben
wijzullen robben
julliezullen robben
zijzullen robben

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerobd hebben
jijzult gerobd hebben
hijzal gerobd hebben
wijzullen gerobd hebben
julliezullen gerobd hebben
zijzullen gerobd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou robben
jijzou robben
hijzou robben
wijzouden robben
julliezouden robben
zijzouden robben

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerobd hebben
jijzou gerobd hebben
hijzou gerobd hebben
wijzouden gerobd hebben
julliezouden gerobd hebben
zijzouden gerobd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrob

Verbs similar to 'robben'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "robben"

English rub.

Additional Information