regeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of regeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: regeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: regerend
Past participle - Verleden deelwoord: geregeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikregeer
jijregeert
hijregeert
wijregeren
jullieregeren
zijregeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geregeerd
jijhebt geregeerd
hijheeft geregeerd
wijhebben geregeerd
julliehebben geregeerd
zijhebben geregeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikregeerde
jijregeerde
hijregeerde
wijregeerden
jullieregeerden
zijregeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geregeerd
jijhad geregeerd
hijhad geregeerd
wijhadden geregeerd
julliehadden geregeerd
zijhadden geregeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal regeren
jijzult regeren
hijzal regeren
wijzullen regeren
julliezullen regeren
zijzullen regeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geregeerd hebben
jijzult geregeerd hebben
hijzal geregeerd hebben
wijzullen geregeerd hebben
julliezullen geregeerd hebben
zijzullen geregeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou regeren
jijzou regeren
hijzou regeren
wijzouden regeren
julliezouden regeren
zijzouden regeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geregeerd hebben
jijzou geregeerd hebben
hijzou geregeerd hebben
wijzouden geregeerd hebben
julliezouden geregeerd hebben
zijzouden geregeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijregeer

Translations

  • govern, to exercise sovereign authority in
  • govern, (''intr.'') to exercise political authority
  • reign, exercise sovereign power
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    besturen
    heersen, leiden

    Sample Sentences

    • [...] geleid werd door mijn afschuw voor dit onnatuurlijk gebruik van de wilden, welke de Voorzienigheid, naar het schijnt, goedgevonden heeft, alleen door hunne lage en beestachtige driften te laten regeren, en die daardoor misschien sedert eeuwen aan zulke afschuwelijke zeden en gewoonten waren overgegeven, waaraan alleen zij, die van den Hemel verlaten, en beneden de menschelijke natuur verlaagd [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch regeren, from Latin regere. See: Latin 'regō'.

    Verbs referencing "regeren"

    Afrikaans regeer.

    Additional Information