rallen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of rallen

The word "rallen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: rallen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rallend
Past participle - Verleden deelwoord: gerald

Cognates

See the 3 cognates of rallen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikral
jijralt
hijralt
wijrallen
jullierallen
zijrallen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerald
jijhebt gerald
hijheeft gerald
wijhebben gerald
julliehebben gerald
zijhebben gerald

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikralde
jijralde
hijralde
wijralden
jullieralden
zijralden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerald
jijhad gerald
hijhad gerald
wijhadden gerald
julliehadden gerald
zijhadden gerald

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal rallen
jijzult rallen
hijzal rallen
wijzullen rallen
julliezullen rallen
zijzullen rallen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerald hebben
jijzult gerald hebben
hijzal gerald hebben
wijzullen gerald hebben
julliezullen gerald hebben
zijzullen gerald hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou rallen
jijzou rallen
hijzou rallen
wijzouden rallen
julliezouden rallen
zijzouden rallen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerald hebben
jijzou gerald hebben
hijzou gerald hebben
wijzouden gerald hebben
julliezouden gerald hebben
zijzouden gerald hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijral

Verbs similar to 'rallen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "rallen"

Danish ralle.

Additional Information