portretteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of portretteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: portretteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: portretterend
Past participle - Verleden deelwoord: geportretteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikportretteer
jijportretteert
hijportretteert
wijportretteren
jullieportretteren
zijportretteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geportretteerd
jijhebt geportretteerd
hijheeft geportretteerd
wijhebben geportretteerd
julliehebben geportretteerd
zijhebben geportretteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikportretteerde
jijportretteerde
hijportretteerde
wijportretteerden
jullieportretteerden
zijportretteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geportretteerd
jijhad geportretteerd
hijhad geportretteerd
wijhadden geportretteerd
julliehadden geportretteerd
zijhadden geportretteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal portretteren
jijzult portretteren
hijzal portretteren
wijzullen portretteren
julliezullen portretteren
zijzullen portretteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geportretteerd hebben
jijzult geportretteerd hebben
hijzal geportretteerd hebben
wijzullen geportretteerd hebben
julliezullen geportretteerd hebben
zijzullen geportretteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou portretteren
jijzou portretteren
hijzou portretteren
wijzouden portretteren
julliezouden portretteren
zijzouden portretteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geportretteerd hebben
jijzou geportretteerd hebben
hijzou geportretteerd hebben
wijzouden geportretteerd hebben
julliezouden geportretteerd hebben
zijzouden geportretteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijportretteer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From portret + -eren.

Additional Information