plodden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of plodden

The word "plodden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: plodden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ploddend
Past participle - Verleden deelwoord: geplodd

Cognates

See the 2 cognates of plodden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikplod
jijplodt
hijplodt
wijplodden
jullieplodden
zijplodden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geplodd
jijhebt geplodd
hijheeft geplodd
wijhebben geplodd
julliehebben geplodd
zijhebben geplodd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikplodde
jijplodde
hijplodde
wijplodden
jullieplodden
zijplodden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geplodd
jijhad geplodd
hijhad geplodd
wijhadden geplodd
julliehadden geplodd
zijhadden geplodd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal plodden
jijzult plodden
hijzal plodden
wijzullen plodden
julliezullen plodden
zijzullen plodden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geplodd hebben
jijzult geplodd hebben
hijzal geplodd hebben
wijzullen geplodd hebben
julliezullen geplodd hebben
zijzullen geplodd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou plodden
jijzou plodden
hijzou plodden
wijzouden plodden
julliezouden plodden
zijzouden plodden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geplodd hebben
jijzou geplodd hebben
hijzou geplodd hebben
wijzouden geplodd hebben
julliezouden geplodd hebben
zijzouden geplodd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijplod

Verbs similar to 'plodden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "plodden"

English plod.

Additional Information