opzijleggen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opzijleggen

The word "opzijleggen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opzijleggen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opzijleggend
Past participle - Verleden deelwoord: opgezijlegd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzijleg op
jijzijlegt op
hijzijlegt op
wijzijleggen op
julliezijleggen op
zijzijleggen op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgezijlegd
jijhebt opgezijlegd
hijheeft opgezijlegd
wijhebben opgezijlegd
julliehebben opgezijlegd
zijhebben opgezijlegd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzijlegde op
jijzijlegde op
hijzijlegde op
wijzijlegden op
julliezijlegden op
zijzijlegden op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgezijlegd
jijhad opgezijlegd
hijhad opgezijlegd
wijhadden opgezijlegd
julliehadden opgezijlegd
zijhadden opgezijlegd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opzijleggen
jijzult opzijleggen
hijzal opzijleggen
wijzullen opzijleggen
julliezullen opzijleggen
zijzullen opzijleggen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgezijlegd hebben
jijzult opgezijlegd hebben
hijzal opgezijlegd hebben
wijzullen opgezijlegd hebben
julliezullen opgezijlegd hebben
zijzullen opgezijlegd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opzijleggen
jijzou opzijleggen
hijzou opzijleggen
wijzouden opzijleggen
julliezouden opzijleggen
zijzouden opzijleggen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgezijlegd hebben
jijzou opgezijlegd hebben
hijzou opgezijlegd hebben
wijzouden opgezijlegd hebben
julliezouden opgezijlegd hebben
zijzouden opgezijlegd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzijleg op

Verbs similar to 'opzijleggen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Ik leg maandelijks wat geld opzij. (I put aside some money every month.)

Etymology

From opzij + leggen.

Additional Information