ontglippen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontglippen

The word "ontglippen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontglippen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontglippend
Past participle - Verleden deelwoord: ontglipt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontglip
jijontglipt
hijontglipt
wijontglippen
jullieontglippen
zijontglippen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontglipt
jijhebt ontglipt
hijheeft ontglipt
wijhebben ontglipt
julliehebben ontglipt
zijhebben ontglipt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontglipte
jijontglipte
hijontglipte
wijontglipten
jullieontglipten
zijontglipten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontglipt
jijhad ontglipt
hijhad ontglipt
wijhadden ontglipt
julliehadden ontglipt
zijhadden ontglipt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontglippen
jijzult ontglippen
hijzal ontglippen
wijzullen ontglippen
julliezullen ontglippen
zijzullen ontglippen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontglipt hebben
jijzult ontglipt hebben
hijzal ontglipt hebben
wijzullen ontglipt hebben
julliezullen ontglipt hebben
zijzullen ontglipt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontglippen
jijzou ontglippen
hijzou ontglippen
wijzouden ontglippen
julliezouden ontglippen
zijzouden ontglippen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontglipt hebben
jijzou ontglipt hebben
hijzou ontglipt hebben
wijzouden ontglipt hebben
julliezouden ontglipt hebben
zijzouden ontglipt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontglip

Verbs similar to 'ontglippen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From ont- (“away”) + glippen (“to slip”).

Additional Information