onderhandelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of onderhandelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: onderhandelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: onderhandelend
Past participle - Verleden deelwoord: onderhandeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikonderhandel
jijonderhandelt
hijonderhandelt
wijonderhandelen
jullieonderhandelen
zijonderhandelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb onderhandeld
jijhebt onderhandeld
hijheeft onderhandeld
wijhebben onderhandeld
julliehebben onderhandeld
zijhebben onderhandeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikonderhandelde
jijonderhandelde
hijonderhandelde
wijonderhandelden
jullieonderhandelden
zijonderhandelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad onderhandeld
jijhad onderhandeld
hijhad onderhandeld
wijhadden onderhandeld
julliehadden onderhandeld
zijhadden onderhandeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal onderhandelen
jijzult onderhandelen
hijzal onderhandelen
wijzullen onderhandelen
julliezullen onderhandelen
zijzullen onderhandelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal onderhandeld hebben
jijzult onderhandeld hebben
hijzal onderhandeld hebben
wijzullen onderhandeld hebben
julliezullen onderhandeld hebben
zijzullen onderhandeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou onderhandelen
jijzou onderhandelen
hijzou onderhandelen
wijzouden onderhandelen
julliezouden onderhandelen
zijzouden onderhandelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou onderhandeld hebben
jijzou onderhandeld hebben
hijzou onderhandeld hebben
wijzouden onderhandeld hebben
julliezouden onderhandeld hebben
zijzouden onderhandeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijonderhandel

Translations

  • bargain, to make a bargain
  • negotiate, to negotiate
  • negotiate, confer to reach an agreement (intransitive)
  • treat, to negotiate
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beraadslagen
    bespreken, marchanderen, overleggen

    Sample Sentences

    • Op deze verzekeringen besloot ik het te wagen hen zoo mogelijk te verlossen, en den ouden wilde en den Spanjaard naar hen toe te zenden, om met hen te onderhandelen. Maar toen de Spanjaard gereed stond om te vertrekken, maakte hij zelf mij een zwarigheid, die aan den eenen kant zoo gegrond was, en aan den anderen kant zoo van zijne opregtheid getuigde, dat ik [...] (Robinson Crusoe)
    • Ons eerste werk was thans de boot weder in orde te brengen, en te denken om de herovering van het schip, en de kapitein, die nu den tijd had om met hen te onderhandelen, haalde hen scherp door over hun schelmsch gedrag jegens hem, en vervolgens over hunne verdere snoode oogmerken, en hoe dit alles op het laatst hen gewis tot ellende en armoede en misschien tot de [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From onder- + handelen.

    Additional Information