misvallen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of misvallen

The word "misvallen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: misvallen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: misvallend
Past participle - Verleden deelwoord: misvald

Cognates

See the 3 cognates of misvallen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmisval
jijmisvalt
hijmisvalt
wijmisvallen
julliemisvallen
zijmisvallen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb misvald
jijhebt misvald
hijheeft misvald
wijhebben misvald
julliehebben misvald
zijhebben misvald

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmisvalde
jijmisvalde
hijmisvalde
wijmisvalden
julliemisvalden
zijmisvalden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad misvald
jijhad misvald
hijhad misvald
wijhadden misvald
julliehadden misvald
zijhadden misvald

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal misvallen
jijzult misvallen
hijzal misvallen
wijzullen misvallen
julliezullen misvallen
zijzullen misvallen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal misvald hebben
jijzult misvald hebben
hijzal misvald hebben
wijzullen misvald hebben
julliezullen misvald hebben
zijzullen misvald hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou misvallen
jijzou misvallen
hijzou misvallen
wijzouden misvallen
julliezouden misvallen
zijzouden misvallen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou misvald hebben
jijzou misvald hebben
hijzou misvald hebben
wijzouden misvald hebben
julliezouden misvald hebben
zijzouden misvald hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmisval

Verbs similar to 'misvallen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "misvallen"

English misfall.

Additional Information