mineraliseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of mineraliseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: mineraliseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: mineraliserend
Past participle - Verleden deelwoord: gemineraliseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmineraliseer
jijmineraliseert
hijmineraliseert
wijmineraliseren
julliemineraliseren
zijmineraliseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemineraliseerd
jijhebt gemineraliseerd
hijheeft gemineraliseerd
wijhebben gemineraliseerd
julliehebben gemineraliseerd
zijhebben gemineraliseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmineraliseerde
jijmineraliseerde
hijmineraliseerde
wijmineraliseerden
julliemineraliseerden
zijmineraliseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemineraliseerd
jijhad gemineraliseerd
hijhad gemineraliseerd
wijhadden gemineraliseerd
julliehadden gemineraliseerd
zijhadden gemineraliseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal mineraliseren
jijzult mineraliseren
hijzal mineraliseren
wijzullen mineraliseren
julliezullen mineraliseren
zijzullen mineraliseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemineraliseerd hebben
jijzult gemineraliseerd hebben
hijzal gemineraliseerd hebben
wijzullen gemineraliseerd hebben
julliezullen gemineraliseerd hebben
zijzullen gemineraliseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou mineraliseren
jijzou mineraliseren
hijzou mineraliseren
wijzouden mineraliseren
julliezouden mineraliseren
zijzouden mineraliseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemineraliseerd hebben
jijzou gemineraliseerd hebben
hijzou gemineraliseerd hebben
wijzouden gemineraliseerd hebben
julliezouden gemineraliseerd hebben
zijzouden gemineraliseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmineraliseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information