lossen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of lossen

The word "lossen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: lossen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lossend
Past participle - Verleden deelwoord: losget

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ik los
jijt los
hijt los
wijsen los
julliesen los
zijsen los

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb losget
jijhebt losget
hijheeft losget
wijhebben losget
julliehebben losget
zijhebben losget

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikte los
jijte los
hijte los
wijten los
jullieten los
zijten los

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad losget
jijhad losget
hijhad losget
wijhadden losget
julliehadden losget
zijhadden losget

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal lossen
jijzult lossen
hijzal lossen
wijzullen lossen
julliezullen lossen
zijzullen lossen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal losget hebben
jijzult losget hebben
hijzal losget hebben
wijzullen losget hebben
julliezullen losget hebben
zijzullen losget hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou lossen
jijzou lossen
hijzou lossen
wijzouden lossen
julliezouden lossen
zijzouden lossen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou losget hebben
jijzou losget hebben
hijzou losget hebben
wijzouden losget hebben
julliezouden losget hebben
zijzouden losget hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij los

Translations

  • unload, discharge cargo
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From los (“rid; free”) + -en. Compare German löschen (etymology 2). See: German, old spelling 'löschen'.

    Verbs referencing "lossen"

    Danish losse, Norwegian losse, Norwegian, nynorsk losse.

    Additional Information