lasteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of lasteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: lasteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lasterend
Past participle - Verleden deelwoord: gelasterd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklaster
jijlastert
hijlastert
wijlasteren
jullielasteren
zijlasteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelasterd
jijhebt gelasterd
hijheeft gelasterd
wijhebben gelasterd
julliehebben gelasterd
zijhebben gelasterd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklasterde
jijlasterde
hijlasterde
wijlasterden
jullielasterden
zijlasterden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelasterd
jijhad gelasterd
hijhad gelasterd
wijhadden gelasterd
julliehadden gelasterd
zijhadden gelasterd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal lasteren
jijzult lasteren
hijzal lasteren
wijzullen lasteren
julliezullen lasteren
zijzullen lasteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelasterd hebben
jijzult gelasterd hebben
hijzal gelasterd hebben
wijzullen gelasterd hebben
julliezullen gelasterd hebben
zijzullen gelasterd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou lasteren
jijzou lasteren
hijzou lasteren
wijzouden lasteren
julliezouden lasteren
zijzouden lasteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelasterd hebben
jijzou gelasterd hebben
hijzou gelasterd hebben
wijzouden gelasterd hebben
julliezouden gelasterd hebben
zijzouden gelasterd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlaster

Translations

  • slander, utter a slanderous statement about
  • smear, to damage someone's reputation by slandering, making false accusations
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beledigen
    honen
    bekladden
    kwaadspreken, roddelen

    Sample Sentences

    • [...] enz., ik nimmer de woorden: " Gode zij dank, " in mijn hart of in mijn mond had; en bij mijne grootste tegenspoeden dacht ik zelfs niet aan het gebed, en gebruikte Gods naam alleen tot vloeken en lasteren. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From laster + -en.

    Additional Information