ketenen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ketenen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ketenen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ketenend
Past participle - Verleden deelwoord: geketend

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikketen
jijketent
hijketent
wijketenen
jullieketenen
zijketenen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geketend
jijhebt geketend
hijheeft geketend
wijhebben geketend
julliehebben geketend
zijhebben geketend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikketende
jijketende
hijketende
wijketenden
jullieketenden
zijketenden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geketend
jijhad geketend
hijhad geketend
wijhadden geketend
julliehadden geketend
zijhadden geketend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ketenen
jijzult ketenen
hijzal ketenen
wijzullen ketenen
julliezullen ketenen
zijzullen ketenen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geketend hebben
jijzult geketend hebben
hijzal geketend hebben
wijzullen geketend hebben
julliezullen geketend hebben
zijzullen geketend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ketenen
jijzou ketenen
hijzou ketenen
wijzouden ketenen
julliezouden ketenen
zijzouden ketenen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geketend hebben
jijzou geketend hebben
hijzou geketend hebben
wijzouden geketend hebben
julliezouden geketend hebben
zijzouden geketend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijketen

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

boeien
vastbinden

Sample Sentences

  • [...] eensklaps losbarsten, en mijn hart bezweek schier als ik dacht aan de bosschen, bergen en woestijnen, waarin ik mij bevond, en hoe ik door den Oceaan voor altijd in eene onbewoonde wildernis was geketend. Dan barstte ik soms in tranen uit als een kind, en wrong mij de handen. Somtijds te midden van mijn werk ging ik zitten, en staarde zuchtend een paar uren op den grond. Dit was het ergste, want als [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch ketene, in turn from Old Dutch *ketina, from Latin catēna. Compare German ketten. See: German, old spelling 'ketten'.

Additional Information